Tentoonstelling Helende Kracht

Mijn eerste tentoonstelling als Junior Tentoonstellingsmaker bij het NMVW staat! Helende Kracht, te zien (t/m 5 januari 2020) in Museum Volkenkunde, gaat over wereldwijde spirituele genezingstradities. Ik ben ontzettend blij met het resultaat en de ruimte die ons projecteam kreeg om een meerstemmig geheel neer te zetten.

Voor deze tentoonstelling hebben we intensief samengewerkt met 6 ritueel specialisten: Coby Rijkers, Marco Hadjidakis, Alfred Quenum, Petra Nelstein en Marian Markelo. Ze dachten mee over het concept, de teksten en mochten ook hun eigen vitrine inrichten. Hiermee geven zij de bezoeker een persoonlijk kijkje in hun praktijk. De meerstemmigheid komt ook terug in de rest van de tentoonstelling met terugkerende quotes in elk thema. Aanvullend

Ondanks de onderlinge verschillen, zijn er veel overeenkomsten in hoe zij ziekte, zingeving en welzijn interpreteren. Zij vertellen over hun ervaringen en delen hun visie op het verleden, heden en de toekomst van hun community. De kunstenaars die aan bod komen hebben affiniteit met of maken onderdeel uit van specifieke gemeenschappen en tradities. (Belkys Ayón Manso, Twins Seven Seven, Option Dzikamai Nyahunzvi, Remy Jungerman, Renee Stout en vele anderen)

Je leest meer over de tentoonstelling via: https://www.volkenkunde.nl/nl/helendekracht

Museum Arnhem in de wijk

Links: Veronique Efomi, fotograaf: Alice de Kruijs.
Rechts: Angèle Etoundi Essamba, Noir 37, foto, 2001. Collectie Museum Arnhem.

Door het project ‘Museum Arnhem in de wijk’ ontmoet ik veel inspirerende mensen. Een daarvan is Veronique Efomi. Ik vind het ontzettend moedig dat zij haar verhaal wilde delen, maar ik vind het vooral mooi hoe zij verschrikkelijke gebeurtenissen weet om te zetten in kunst. Hieronder vind je het artikel dat ik voor haar schreef, gepubliceerd op 27 maart in de Arnhemse Koerier.

Toen Veronique Efomi zeven jaar oud was, werd zij bewusteloos aangetroffen in de bosjes. Ze was het slachtoffer van racistisch geweld. “In Dieren waar ik destijds woonde, was mijn gezin een van de weinige inwoners met een donkere huidskleur. Onze huidskleur viel hierdoor op en de bewoners waren bang voor iets wat zij niet kenden. Dat was een lastige tijd want mensen groette ons ook niet op straat en de bussen reden door.”

Twee jaar geleden werd ze op Arnhem Centraal weer getuige van haat, racisme en geweld. Ze werd in elkaar geslagen op het station vanwege haar uiterlijk. Deze daden weerhouden haar echter niet om op het podium te staan en verhalen te vertellen. In haar woordkunst zet ze haar ervaringen en die van anderen om tot krachtige verhalen.

“Mijn gedichten gaan voornamelijk over pijn en de pijn van de mensen die dichtbij mij staan. Ik verweef deze tot een stuk. Daar maak ik ook mijn pijn van en neem ik mee in mijn performance. Als ik spreek zijn dat woorden van tien mensen tegelijkertijd. Daarom kan het publiek dat vaak als intens ervaren.”

In de foto van Angèle Etoundi Essamba, uit de collectie van Museum Arnhem, herkent Veronique de kwetsbaarheid van de vrouw. “Ze is dubbel kwetsbaar. Ze probeert zich te verbergen en bedekt haar borsten omdat dat haar waardevolle bezitting zijn. Ik vind het een heel mooi werk, kwetsbaar maar intens krachtig. Het doet me heel erg denken aan mijn moeder. Vooral toen we net naar Nederland verhuisden. We hadden weinig geld en ze was alleen maar bezig met haar kinderen. Als haar kinderen maar eten en kleding hadden was zij gelukkig. Hierdoor vergat ze weleens haarzelf. In deze foto herken ik het zorgen voor jezelf en de onzichtbare kracht die in een mens kan schuilen.”

Machtsproblematiek in de culturele sector

In het Van Gogh Museum worden kritische jongeren tijdens het programma ‘Verkeerd Verbonden’ uitgedaagd om te reflecteren op de tentoonstelling Gauguin en Laval op Martinique.  Foto: Randy Da-Costa

Eind november verzorgde ik samen met Clayde Menso en Nathalie Hartjes de workshop ‘diversiteit in kunst- en cultuurorganisaties’. In het Vlaams cultuur- en debathuis De Buren in Brussel hadden ruim 30 medewerkers uit de culturele sector zich opgegeven voor het programma, variërend van de Artistiek Directeur bij Theater Aan Zee tot aan de manager Audience Engagement bij Bozar.

In een intieme setting gingen we met het publiek in gesprek over managementvraagstukken in het bewerkstelligen van diversiteit. Tijdens het panelgesprek vlogen de termen: etnische minderheden, allochtonen, blanken, kleurlingen en buitenlanders door de zaal heen. Er heerste een gespannen sfeer, maar aan de milde reacties van het publiek kon ik aflezen dat deze termen niet op een vijandige manier werden gebruikt, maar eerder uit gebrek aan alternatief. Echter blijven dit vrij polariserende termen om te gebruiken als je juist wil samenwerken en naar gelijkwaardigheid streeft.

Distantie
Maar het gebruik van deze termen laat wel de zekere distantie tussen het Nederlands- en Franstalige België zien. Voor zover ik heb begrepen van het aanwezige publiek wordt het debat voornamelijk getrokken door Nederlandstalig België. Hier ligt het crux van het probleem. Als je kijkt naar de samenstelling van Belgen met een migratieachtergrond, zijn zij vaak diegenen die Frans spreken. Dit maakt de situatie dus vrij problematisch als je je ook afvraagt of zij wel dezelfde toegang hebben tot de cultuursector. Hoewel het goed is dat dit debat wordt aangegaan, wordt op deze manier wel het wij-zij denken in stand gehouden. Terwijl het beter is om hen op het podium te vragen en een stem geven in het debat.

Witte adressenboekje
Misschien is deze conclusie vrij kort door de bocht voor iemand die slechts een enkele keer is blootgesteld aan de Belgische cultuursector. Maar deze machtsverhoudingen en manier van miscommunicatie is erg herkenbaar voor hoe het debat in Nederland wordt gevoerd. De bekende en voornamelijk witte geprivilegieerde sprekers leiden en kapen het inclusiviteitsdebat met dure programma’s en goede bedoelingen. Het is ontzettend positief dat steeds meer cultuurcollega’s zich willen inzetten voor gelijkwaardigheid, ik moedig dit zeker aan. Maar waarom wordt het podium steeds geboden aan mensen uit hetzelfde witte adressenboekje? Ik ken genoeg collega’s die een waardevolle bijdrage leveren aan inclusiviteit in de culturele sector, die wél affiniteit en kennis hebben over deze thema’s omdat zij tenslotte zelf een migratieachtergrond hebben en de sensitiviteit en skills dus met de paplepel ingegoten hebben gekregen. Als ik mijn vraag zelf zou moeten beantwoorden, zou ik het beargumenteren met het feit dat er gebrek is aan het delen van macht en middelen. Zolang de toplaag wit blijft kan je geen diversiteit en inclusiviteit bewerkstelligen, de blinde vlekken blijven op deze manier voortbestaan en de daarbij behorende stereotypering, betutteling en uitsluiting.

Verkeerd Verbonden
Laat ik de machtsproblematiek visualiseren met een Nederlands voorbeeld: het programma Verkeerd Verbonden van het Van Gogh Museum. Laaiend enthousiast was ik toen ik nog een kaartje kon scoren voor de avond over representatie. Het museum laat met dit programma zien dat ze openstaan voor kritiek en verandering. Samen met kritische jongeren mocht ik een avond reflecteren op de tentoonstelling Gauguin en Laval op Martinique. Kunstenaars die een romantiserend perspectief laten zien op de schoonheid van de natuur en vrouw op Martinique.

Negeren van alternatieve perspectieven
Maar eind negentiende-eeuw was op Martinique ook sprake van voortdurende uitbuiting op suikerplantages en raciale segregatie door Franse kolonisten. Cruciale informatie volgens de jongeren die avond. Informatie die een plek verdient in de tentoonstelling. De aanwezige conservator van het museum was het daar helaas niet mee eens en liet dat ook merken: “Wij zijn een kunstmuseum, dus ik vind niet dat wij een sociale rol moeten vervullen”. Met deze uitspraak wist de conservator het publiek woedend te krijgen. Want waren wij dan voorspek en bonen uitgenodigd? Was de diversiteit-checklist weer aangevinkt en kan het museum weer ongestoord verder met het negeren van alternatieve perspectieven?

Lange termijn
Het probleem is dat de stemmen wel worden gehoord, maar niet serieus worden genomen door medewerkers die uiteindelijk wél bepalen hoe de tentoonstelling inhoudelijk wordt vormgegeven. Daarbij blijft de status-quo trouw aan de eigen traditie terwijl ze mee doen aan een softe versie van diversiteitsbeleid. Zonder consequenties en zelfkritiek. De uitspraak van de conservator legt de pijnlijke waarheid van het machtsprobleem in de culturele sector bloot. Participatie en diversiteit is ‘leuk voor erbij’, maar wordt niet serieus genomen en doorgevoerd op lange termijn of in de organisatie. Erg pijnlijk lijkt me dit ook voor Martin van Engel, die samen met projectleider Ghanima Kowsoleea en een dijk van een denktank dit (3 x uitverkochte!) programmareeks in het Van Gogh Museum heeft neergezet.

Lieve museumcollega als je wil bijdragen aan diversiteit, durf dan ook echt het podium aan een ander te geven. Maak diversiteit een onderdeel van je museum DNA als je echt diversiteit wil bewerkstelligen, structureel en op lange termijn.

Wisselvitrine Heden van het Slavernijverleden

Guinevere Ras bij de wisselvitrine in de tentoonstelling Heden van het Slavernijverleden in het Tropenmuseum

Samenwerken met source communities

Tijdens mijn stage bij het Tropenmuseum kreeg ik de opdracht om de wisselvitrine in de tentoonstelling Heden van het Slavernijverleden te voorzien van nieuwe verhalen, perspectieven en objecten. Om alternatieve en belangrijke verhalen te achterhalen ben ik gaan samenwerken met een van de source communities die zich onder gerepresenteerd voelt in het museum: de Curaçaose gemeenschap. Het museum ontvangt regelmatig feedback van mensen met een Curaçaose achtergrond. Ze zijn ontevreden op de manier waarop hun erfgoed wordt tentoongesteld. Naar hun idee gebeurt dat te weinig. En als het wel gebeurt, wordt er volgens hen onjuiste verhalen verteld.

Tijdens mijn scriptie was ik daarom eerst op zoek gegaan naar wat de Curaçaose gemeenschap beschouwt als hun erfgoed. In de diverse gesprekken die ik met hen heb gevoerd kwam o.a. naar voren dat het oogstfeest Seú een vrij onbekend feest is en een belangrijke oorsprong heeft uit het slavernijverleden. Via mijn eigen netwerk ben ik in contact gekomen met Maria Randt. Zij wilde graag haar persoonlijke verhaal delen met het Tropenmuseum. 

Objecten en verhalen

In de huidige vitrine ligt een traditionele hoofddoek (een lensu in het papiamentu). In het bakje zit maishi chiki, meel gemaakt van sorghum, wat lijkt op maïs. Beiden zijn geleend van Maria Randt. Ze is geboren op Curaçao en woont nu in Medemblik. Ze nam deze voorwerpen tijdens een van haar laatste vakanties mee naar huis en bewaarde ze op zolder.

Ten tijde van de slavernij behoorde sorghummeel tot één van de weinige voedingsmiddelen waar tot slaafgemaakten over konden beschikken op de plantages van Curaçao. Vanwege de kans op misoogsten door droogte, vierden de tot slaafgemaakten succesvolle oogsten van mais en koren met het oogstfeest Seú. Vandaag de dag wordt deze historische viering jaarlijks herdacht. Het woord ‘Seú’ komt oorspronkelijk uit West-Afrika. Het betekent ‘de hemel’ van waaruit Moeder Natuur en de geesten de aarde beschermen.  

“Het maakt niet uit waar je bent geboren, je moet altijd weten waar je vandaan komt. Dat je het met je meedraagt, ook al heeft het te maken met het slavernijverleden. Ik vind het ook belangrijk om deze geschiedenis met anderen te delen.” Deze geschiedenis was voor Maria Randt reden om objecten te verzamelen en vanuit Curaçao mee naar huis te nemen: “Ik koester ze als deel van mijn identiteit en persoonlijke geschiedenis.” 

Luisteren in plaats van zenden

Musea hebben vaak te maken met een dwingende project-cyclus: er is druk om te produceren, van programmering en tentoonstellingen tot publicaties en online content. Musea zijn vaak druk met zenden. Er is vaak weinig tijd om te pauzeren, te reflecteren en te luisteren. Maar hoe weten musea wat wel en niet werkt, zonder te luisteren? Hoe weten ze wat hun impact is, wat relevant is en hoe ze op een veranderende samenleving kunnen reageren? Tijdens de Night Shift van 15 november werden enkele van deze vragen beantwoord.

Tijdens deze Night Shift in Het Nieuw Instituut mocht ik het podium delen met Birte ten Hopen (Rijksmuseum) en Shahaila Winklaar (Mauritshuis en Museum Boijmans Van Beuningen). We deelden onze visies op hoe een museum beter zou kunnen luisteren in plaats van te zenden. Ik vertelde onder andere over mijn project bij Museum Arnhem waarbij ik de 24 wijken van Arnhem in ga om kunst naar de mensen toe te brengen en in gesprek te gaan. Ik deelde hierbij mijn tips & trics bij participatieprojecten. Samen met het publiek wilde ik ook graag reflecteren op het feit dat de grens tussen zenden en halen vrij dun is. Het is hierbij belangrijk om eerlijk en open te zijn over je intenties en of je wel oprechte relaties wil aangaan.

Mijn conclusie van de avond? Onze visies hadden één ding gemeen: door te luisteren en vooral actief feedback/verhalen te implementeren in je programmering creëer je relevantie en bestaansrecht als museum. 

Op het podium met Shahaila Winklaar en Birte ten Hopen.

Emotienetwerken

“Ik heb er nooit bij stilgestaan hoe waardevol en verschillend andermans emoties kunnen zijn bij eenzelfde type erfgoed.” Dit is een van de uitspraken van de erfgoedprofessionals die deelnamen aan de workshop Emotienetwerken. Tijdens het Nationaal Monumentencongres 2018 ging ik samen met Karel Loeff en Hester Dibbits aan de slag met de methode om ook de bezoekers van het congres ‘erfgoedwijs’ te maken.

Om tot een erfgoedwijze samenleving te komen, werkt een team van onderzoekers onder leiding van Hester Dibbits aan een nieuwe methode: emotienetwerken. Emotienetwerken bestaat uit twee bekende concepten: emoties en netwerken. Met emotienetwerken wordt gedoeld op de uiteenlopende gevoelens die mensen bij een erfgoed-item hebben en die soms flink kunnen botsen. Emotienetwerken is ook een werkwoord: het is een oefening die inzicht kan verschaffen in het ingewikkelde samenspel van emoties en belangen rond erfgoed. Het concept is onder andere geïnspireerd op de netwerkbenadering van Bruno Latour. De samenhang en wisselwerking tussen mensen onderling en die met een erfgoed-item wordt onder de loep genomen. 

Door middel van verschillende erfgoedkwesties brachten de deelnemers tijdens de workshop op het Monumentencongres niet alleen hun emoties in kaart, maar vooral ook de verandering in emoties die zichtbaar werden bij het delen van elkaars emoties en verhalen. Deze middag merkte ik pas goed hoe waardevol deze sessie kan zijn. Hoewel sommige deelnemers bij aanvang nog sceptisch waren, kwamen ze aan het eind toch tot nieuwe inzichten. Mooi om te zien hoe emotienetwerken kan bijdragen tot inzicht in meerstemmigheid!

Een professioneel conflict op Museumkennisdag

Dyonna Benett bespreekt plenair de verschillende uitkomsten van de workshops.

Ik heb even getwijfeld of ik dit verhaal wel wilde delen. Of ik wel zo’n kritisch en pijnlijk moment openbaar zou willen maken. Merel van der Vaart schreef al een mooi genuanceerd stuk over de Museumkennisdag van 2018. Over o.a. Apeshit, relevantie, digitale toegankelijkheid en de P van problematisch. (voor wie dit nog niet heeft gedaan, doen! > link). Maar ik wil daar graag een persoonlijke ervaring aan toe voegen.

Decolonize the museum

Mijn eerste Museumkennisdag en dan ook nog hét thema diversiteit. Ik had hoge verwachtingen: verwachtte naar huis te gaan met kennis en inspiratie, maar ik miste activisme, scherpte en diepgang. Scherp werd het helaas wel op een heel ander niveau.
Tijdens de workshop Decolonize the museum, gegeven door Simone Zeefuik, Hodan Warsame, Dyonna Benett en Richard Kofi, gebeurde iets opmerkelijks. Als deelnemers werden we opgesplitst in drie groepen om te discussiëren over diverse stellingen. De groep waar ik onderdeel van uitmaakte voelde zich erg open om over voorbeelden te praten uit hun eigen organisatie. Er ontstond vrij snel een fijne en gelijkwaardige sfeer. Iedereen voelde zich uitgenodigd om eraan deel te nemen. De stemming sloeg echter snel over bij de vraag of witte mensen wel aan inclusieprojecten moeten doen. Een van de deelnemers kaartte aan dat het uiteindelijk wel om macht en geld gaat en dat de situatie niet volledig kan veranderen als de beslissers – en dus machthebbers – uitsluitend wit blijven.

Facebookcomment-sectie

Deze uitspraak viel slecht bij een andere deelnemer die zich persoonlijk aangevallen voelde als ‘wit persoon’. Zij reageerde fel, verhief haar stem en veranderde de discussie in een wij-jullie situatie. De hitte bereikte pas echt een hoogtepunt wanneer ze beweerde dat ‘de drie zwarte vrouwen’ zelf helemaal geen meerstemmigheid weerspiegelen. Ik merkte dat niet alleen ik schrok van deze uitspraak. Er ontstond een ongemakkelijkheid en verwarring. Als je meerstemmigheid alleen ziet in zwart en wit, begrijp je in mijn ogen niet wat meerstemmigheid inhoudt. Meerstemmigheid gaat juist over identiteit in de breedste zin. Je huidskleur alleen, bepaalt niet wie je bent.

Emotienetwerken

Maar daar zat ik dan, in een live uitzending van een Facebookcomment-sectie. Heel even verloor ik mijn hoop. Verbaasd naar hoe dit kan gebeuren. Want je denkt dat je je begeeft onder professionals, die ook nog eens actief zijn in de culturele sector en zich willen inzetten voor diversiteit. Ik denk dat dit conflict mijn ogen wijder heeft opengemaakt en de urgentie van meerstemmigheid des te meer bekrachtigt. Dit laat ook juist de urgentie van de nieuwe methodiek Emotienetwerken zien (geïntroduceerd door Marlous Willemsen en Hester Dibbits en in ontwikkeling). Waarbij jongeren, leraren en erfgoedprofessionals samen uiteenlopende emoties rond erfgoed-items inzichtelijk maken. In deze context gaat het weliswaar niet over materieel of immaterieel erfgoed, maar gaat misschien wel een stapje verder: wie heeft autoriteit, wie bepaalt wie erfgoed mag maken?

Enerzijds begrijp ik het wel. We zijn allemaal mensen en hebben allemaal emoties. Maar waarom kunnen we niet even in alle menselijkheid en waardigheid communiceren met elkaar? Waarom geven we elkaar niet vaker de ruimte om in elkaars gedachten en ervaringen te verplaatsen?